Antwerpen Goudbank koopt en verkoop goudstaven, goudbaren, gouden munten en penningen aan rechtstreekse goudprijzen van de beurs.Antwerpen Goudbank, Goudbank AntwerpenKlik hier voor meer info :: Antwerpen Goudbank

Archieven voor juli, 2014

Hoe zit het met de btw op goudstukken, beleggingsgoud en herdenkingsmedailles

Gepost op 31 juli 2014 08:11

Uittreksel:
Bijlage XVIII van het boekwerk BLEU Douane Gebruikstarief

geeft heel wat nuttige informatie over de BTW op goud, muntstukken en herdenkingsmedailles:
Artikel 1 heeft het respectievelijk over ‘echte parels, natuurlijke edelstenen en dergelijke’.

De volgende artikels belichten:

2.1. Herdenkingsmedailles en munten gemonteerd als bijouterie

Herdenkingsmedailles en goudmunten (ongeacht van welk metaal) zijn, wanneer gemonteerd als bijouterie, onderworpen aan het BTW-tarief van 21 pct.
Invoer van herdenkingsmedailles en munten (ongeacht van welk metaal) gemonteerd als bijouterie en ouder zijn dan 100 jaar (antiquiteiten) : 6 pct.

2.2. Herdenkingsmedailles

Herdenkingsmedailles (ongeacht van welk metaal) die geen voorwerpen zijn voor verzamelingen met een numismatisch belang : 21 pct.
Invoer van herdenkingsmedailles (ongeacht van welk metaal) die, wegens hun ouderdom en hun zeldzaamheid, voorwerpen zijn voor verzamelingen met een numismatisch belang : 6 pct. Herdenkingsmedailles kunnen, voor de toepassing van de BTW, op het ogenblik van hun uitgifte althans, nog niet worden aangemerkt als voorwerpen voor verzamelingen met een numismatisch belang. Dat karakter verkrijgen de herdenkingsmedailles pas na verloop van tijd.

2.3. Muntstukken

De invoer van muntstukken die wettig betaalmiddel zijn en die niet als verzamelobject worden beschouwd, is vrijgesteld van de BTW (BTW-Wetboek, art. 40, § 1, 1° en art. 44, § 3, 9° ). Overeenkomstig art. 44, § 3, 9° van het BTW-Wetboek worden als verzamelobject beschouwd, de munten die normaliter niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of die een numismatische waarde hebben.
Invoer van munten (gouden e.a.) die normaliter niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of die een numismatische waarde hebben (andere dus dan gouden munten die beleggingsgoud in de zin van artikel 1, § 8, van het BTW-Wetboek zijn; z. punt 2.4 hierna) : 6 pct.

2.4. Goud

Invoer van gouden herdenkingsmedailles al dan niet gemonteerd als bijouterie en van gouden munten (andere dan beleggingsgoud in de zin van artikel 1, § 8, van het BTW-Wetboek) al dan niet gemonteerd als bijouterie : z. punt 2.1, punt 2.2 en punt 2.3, hiervoor.
Invoer van alle ander goud (industrieel goud, onbewerkt goud, halffabrikaten, goud onder de vorm van een eindproduct voor industriële of commerciële doeleinden, enz.) : 21 pct. behoudens toepassing van één van de hierna genoemde vrijstellingen inzake BTW.

Vrijgestelde invoer van goud door centrale banken

De invoer van goud door centrale banken is vrijgesteld van de BTW (BTW-Wetboek, art. 40, § 1, 1°, a en art. 42, § 3, 7°). Indien de vrijstelling wordt ingeroepen moet de aangifte ten verbruik in vak 44 de volgende vermelding dragen : “Vrijstelling van de BTW – toepassing van artikelen 40, § 1, 1°, a en 42, § 3, 7° van het BTW-Wetboek”.
Vrijgestelde invoer van beleggingsgoud of goudbaar
De invoer van beleggingsgoud in de zin van artikel 1, § 8, van het BTW-Wetboek is vrijgesteld van de BTW (BTW-Wetboek, art. 44bis, § 1, eerste lid). Indien de vrijstelling wordt ingeroepen moet de aangifte ten verbruik in vak 44 de volgende vermelding dragen : “Vrijstelling van de BTW – toepassing van artikel 44bis, § 1, eerste lid van het BTW-Wetboek”.

Voor de toepassing van het BTW-Wetboek wordt verstaan onder “beleggingsgoud” :
1° goud, in de vorm van goudstaven of plaatjes van een door de goudmarkten aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995 duizendsten, al dan niet belichaamd in certificaten. De kleine goudstaven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram worden evenwel niet aangemerkt als beleggingsgoud
2° gouden munten die :
• een zuiverheid van ten minste 900 duizendsten hebben,
• na 1800 zijn geslagen,
• in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd,
en
• normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de goudmunten vervatte goud niet met meer dan 80 % overschrijdt.
Dergelijke munten worden geacht niet verkocht te zijn wegens hun numismatisch belang.

Bronverwijzing: (BTW-Wetboek, artikel 1, § 8)

Bijzondere regeling voor beleggingsgoud

Gepost op 30 juli 2014 10:32

Uit het Archief EU-wetgeving > Fiscaliteit…

Btw: Bijzondere regeling voor beleggingsgoud

Dit document dient ter aanvulling op het gemeenschappelijke btw-stelsel in de Gemeenschap door de invoer van een bijzondere regeling voor goud.

BESLUIT

Richtlijn 1998/80/CE van de Raad, van 12 oktober 1998, tot aanvulling van het stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van richtlijn 77/388/CEE- Bijzondere regeling voor beleggingsgoud [Publicatieblad L 281 van 17.10.1998].
SAMENVATTING

Teneinde het gebruik van goud als financieel instrument te stimuleren, installeert deze richtlijn een fiscale vrijstelling voor de levering van beleggingsgoud. Voorheen viel beleggingsgoud onder het gewone fiscale regime. Op basis van dit stelsel waren partijen beleggingsgoud in principe onderworpen aan btw, een aantal lidstaten echter konden deze leveringen, op provisorische basis, vrijstellen. De nieuwe richtlijn heft deze vorm van concurrentievervalsing tussen de lidstaten op en versterkt tegelijkertijd ook de concurrentiepositie van het communautaire goud op de markt.

Definitie van beleggingsgoud:

goud, in de vorm van staven of plaatjes van een door de goudmarkten aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995 duizendsten, al dan niet belichaamd in certificaten. De kleine staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram komen evenwel niet in aanmerking voor de bijzondere regeling van de lidstaten;
gouden munten die een zuiverheid van ten minste 900 duizendsten hebben, na 1800 zijn geslagen, in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd en normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80 % overschrijdt. Ieder jaar vaardigen de lidstaten een lijst uit met de munten die conform voornoemde criteria op hun grondgebied verhandeld mogen worden. Deze lijsten worden gepubliceerd in het Publicatieblad.

De levering, de intracommunautaire verwerving en de invoer van beleggingsgoud zijn door de lidstaten vrijgesteld van belasting over de toegevoegde waarde.

Er bestaat evenwel een optie voor de belastingheffing voor leveringen van beleggingsgoud aan andere belastingplichtigen, uitgevoerd door:

belastingplichtigen die beleggingsgoud produceren of goud omzetten in beleggingsgoud (in dit geval moeten de lidstaten het keuzerecht voorzien);
belastingplichtigen die, in het kader van hun economische activiteit, gewoonlijk goud leveren voor industriële doeleinden (in dit geval kunnen de lidstaten het keuzerecht verlenen).

De lidstaten bepalen de modaliteiten voor deze opties en lichten de Commissie in.

De richtlijn voorziet in regels die het recht op aftrek regelen van belastingplichtigen die zich inlaten met het leveren of produceren van beleggingsgoud of met het omzetten van goud in beleggingsgoud, voor zover zij niet voor de belastingheffing op hun levering gekozen hebben.

Handelaars in beleggingsgoud hebben bijzondere verplichtingen, met name om fiscale fraude te wijten aan dubbel gebruik van het goud tegen te gaan (industrieel en voor beleggingen): zij zijn verplicht een boekhouding te voeren van alle belangrijke handelingen en gedurende ten minste vijf jaar de stukken te bewaren aan de hand waarvan de identiteit van hun klanten kan worden vastgesteld.

In bepaalde gevallen kunnen de lidstaten de koper, en niet de verkoper, aanduiden als schuldenaar van de belasting (de „verleggingsregeling”), teneinde belastingontduiking tegen te gaan en de met de handeling gepaard gaande kosten te drukken.

Betreffende de handelingen op een gereglementeerde goudmarkt kunnen de lidstaten de toelating krijgen de bijzondere regeling niet toe te passen en vereenvoudigingsmaatregelen te nemen.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht Publicatieblad
Richtlijn 1998/80/CE

17.10.1998

1.1.2000

PB L 281 van 17.10.1998
Laatste wijziging: 31.08.2006

Bronvermelding:

Website van europa.eu
EUROPA > Samenvattingen van de EU-wetgeving