Antwerpen Goudbank koopt en verkoop goudstaven, goudbaren, gouden munten en penningen aan rechtstreekse goudprijzen van de beurs.Antwerpen Goudbank, Goudbank AntwerpenKlik hier voor meer info :: Antwerpen Goudbank

Archieven voor oktober, 2010

De passie van Louis de Funès voor goudstukken

Gepost op 13 oktober 2010 06:48

Komiek Lous de Funès zal altijd in onze herinnering blijven als de stuntelige gendarm van dienst. In de film The Miser legt hij een onvermoede passie voor goudstukken aan de dag, lezen we in een recensie van Arian Schouten.

 

Pot met goud

 

Rond 200 voor Christus schreef Titus Maccius Plautus zijn komedie ‘Aulularia’, in ons land bekend als ‘De Pot met Goud’. Dat een variant op zijn blijspel ruim twee millennia later door projectie van snel opeenvolgende beelden op een wit doek, vertoond zou worden onder de benaming film, had hij zich waarschijnlijk nooit voorgesteld…

 ‘Aulularia’ is gedurende de afgelopen eeuwen een populair werk gebleken. Onze eigen P.C. Hooft baseerde zijn blijspel ‘Warenar’ uit 1617 op het toneelstuk van Plautus en datzelfde deed Molière in 1668 met zijn toneelstuk ‘L’avare’ (de Vrek). Weer een aantal eeuwen later herschreven Jean Girault en Louis de Funès het scenario van Molière voor een film.

 Veel schrijfwerk zullen de twee niet gehad hebben, want eigenlijk is datgene wat we te zien krijgen gewoon het toneelstuk ‘L’avare’. Het enige merkbare verschil met het toneelstuk is het gebruik van de ruimtes: waar een toneelstuk door de beperkte ruimte van het podium nog gebruik moeten maken van decors, kon ‘L’avare’ geschoten worden op verschillende locaties. Naast een paar niet noemenswaardige wijzigingen in de plot is de film verder haast niet van het toneelstuk te onderscheiden.

 

Vrek met passie voor goud

 

‘L’avare’ vertelt het verhaal van de vrek Harpagon (Louis de Funès) die een enorme obsessie kent voor zijn kist met tienduizend goudstukken. Alles en iedereen wantrouwt hij, zelfs zijn eigen zoon en dochter. Verder maakt hij het hen op geen enkele manier gemakkelijk, ook in hun liefdesleven niet. Beide kinderen hebben de liefde van hun leven gevonden, maar bevinden zich tegelijkertijd in een onmogelijke situatie door hun gierige, egoïstische vader. Hoe loopt dat af? Louis de Funès doet zijn bijnaam ‘de man met de veertig gezichten per minuut’ op vaak komische wijze eer aan. Daarnaast weet hij het publiek vanaf het allereerste begin tegen zich te krijgen, drakerig als hij is, en dat mag een knappe prestatie genoemd worden.

 Toch kan ‘L’avare’ de kijker haast op geen enkele andere manier entertainen. Het verhaal op zich is weliswaar behoorlijk antiek, maar kan met een goede uitwerking ook in deze tijd nog wel op de lachspieren werken. Maar juist aan die goede uitwerking ontbreekt het ‘L’avare’. Het grootste manco is toch dat de makers zich wel erg vastgehouden hebben aan de term ‘gefilmd theater’ en de film weet zich dan ook nooit los te maken van zijn originele uitvoering, het toneelstuk. We kunnen dan denken aan het ontzettend statische camerawerk, maar ook aan de dialogen, humor en de verschillende voorvallen. Er wordt zelfs gebruik gemaakt van direct contact met de kijker en gedurende de hele film zien we plakkaten hangen van het toneelstuk ‘L’avare’ van Molière. Waar is dat goed voor? Het helpt de film alleen nog maar verder de vernieling in.

 De heren Girault en De Funès hadden ‘L’avare’ natuurlijk ook in een modern jasje kunnen steken om het verhaal en het geheel wat aantrekkelijker te maken. Maar nee, de makers kozen ervoor om de originele tijd en setting aan te houden, waardoor de film vreselijk oubollig overkomt. Daarnaast is dit historisch aspect ook nog eens op zo’n dramatische, toneelachtige wijze uitgewerkt, dat je gemoedstoestand gaandeweg de film, die een lange 125 minuten duurt, duidelijk achteruit gaat.

 

Mocht je ‘L’avare’ nog eens tegenkomen in een videotheek of winkel, bedenk je dan vooral een tweede keer. Je kunt het geld net zo goed spenderen aan een uitvoering in toneelvorm of aan iets anders. ‘L’avare’ heeft dat ene punt te danken aan het verhaal op zich en aan Louis de Funès, die als acteur gelukkig wel weet te overtuigen op een fantastische, grappige en tegelijk haatwekkende wijze…

 

Arian Schouten

Van goudstaaf tot juweel

Gepost op 6 oktober 2010 07:16

Driekwart van al het goud in de wereld eindigt als sieraad. Dat is dus ook het lot van het Nederlandse goud’, zegt Jan Lamers van De Nederlandsche Bank. Hij en zijn collega Paulus Dijkstra zijn de Golden Boys van de bank. Getweeën handelen ze de komende jaren de verkoop van 300 ton goud af. Lamers rekent soepel uit dat honderd ton ongeveer 1,9 miljard gulden waard is. De Golden Boys hebben de opdracht om de komende jaren drie maal dit bedrag aan goud aan de man te brengen.

 

Goudstaven uit Zuid-Afrika

 

In het eigen museum van De Nederlandsche Bank ligt de handelswaar op een tafeltje: goudstaven. Lamers raakt meteen enthousiast: ‘Deze komt uit Zuid-Afrika. Daar maken ze ze mooi trapeziumvormig. Die vierkante slordige broodjes komen uit Amerika. Dat zijn net bakstenen. Zo liggen ze in de Amerika ook opgestapeld.’

Lamers lijkt bijna te vergeten dat de goudstaven nep zijn. De beveiliging van het kleine museum aan de Amsterdamse Achtergracht is niet zwaar genoeg en daarom liggen er goudkleurige loodstaven op de tafel. Aan de loden broodjes hangt met een staalkabel een contragewicht. Zo zijn ze precies even zwaar als een echte goudstaaf. De staalkabel voorkomt bovendien dat de loden broodjes worden gestolen.

Echte goudstaven hebben Lamers en Dijkstra genoeg gezien, maar niet zozeer in Nederland: ‘Slechts 5 procent van het Nederlandse Goud bevindt zich ook werkelijk in de Nederlandsche Bank. De rest is elders.’

 

Verdeling van goud

 

De verdeling van het goud in de internationale kluizen is een goed bewaard bankgeheim. Lamers vertelt niet meer dan dat een groot deel van het Nederlandse goud is opgeslagen in de kluizen van de Federal Reserve in New York en bij de Bank of England in Londen.

Dat goud is ook nooit in Nederland geweest. Lamers: ‘Tijdens de jaren van het Bretton Woods-systeem konden dollars omgewisseld worden voor goud. Amerika had tussen 1950 en 1973 een groot handelstekort. Zo exporteerde het land dollars. Europese landen wisselden de dollars meteen om in goud. Dat goud bleef voor het grootste gedeelte gewoon in de Amerikaanse kluizen. Alleen Charles de Gaulle stond erop dat al het Franse goud ook werkelijk naar Frankrijk werd verscheept.’

Lamers en Dijkstra gniffelen over de goede zaken die Europa destijds deed. Dijkstra: ‘Toen werd het goud van de Amerikanen gekocht voor 35 dollar per ounce. Nu wordt dat goud mondjesmaat verkocht voor de marktprijs.’

Boven de goudstaven komen de sterke verhalen. Lamers verteld van de Luxemburgse goudfraude binnen de Europese Unie. Hij werd als een getuige-deskundige gehoord in deze zaak waarbij een aantal Rabobanken was betrokken: ‘In Luxemburg wordt geen BTW over goud betaald. In Nederland wel. Goud werd dus in Luxemburg gekocht en naar Nederland gesmokkeld. Vervolgens werd het goud hier weer openlijk terug verkocht aan banken in Luxemburg. De staat der Nederlanden moest aan de grens 6 procent BTW teruggeven. Nederland had door deze fraude een negatieve belastingopbrengst op goud.’

Nu de centrale banken langzaam de kluizen legen, omdat sinds de instorting van het Bretton Woods-systeem goud geen monetaire functie meer heeft, verliest goud zijn glans. De prijs is ook niet meer wat hij vroeger geweest is. De bekendmaking van de Nederlandse goudverkoop kostte de goudprijs overigens nog eens 2 procent.

Lamers en Dijkstra hebben ook geen dagtaak meer aan het goud. De verkoop ervan is uitbesteed aan de Bank voor Internationale Betalingen, de centrale bank van de centrale banken. Alleen bij problemen bij de verkoop, als bijvoorbeeld de staven niet aan de kwaliteitseisen voldoen, komen de Golden Boys in actie.

Lamers vult het grootste gedeelte van zijn werkweek met niet-goud-zaken. Dat is zichtbaar aan zijn colbert. Het speldje dat zijn revers siert is geen goudklompje, maar een euroteken.

Het bankmuseum heeft dezelfde omslag gemaakt. Vroeger heette het in de volksmond ‘het goudmuseum’, al was alles lood wat er blonk. Nu is het museum omgedoopt tot een ‘voorlichtingscentrum’ en domineert de kleur blauw.

 

Bron: De Volkskrant